Bernard de ijsbeer heeft een geluksdag, denkt hij.
Bernard de ijsbeer gaat naar een pretpark. Hij verliest zijn ballon.
Bernard gaat zijn honkbal slag oefenen met een werpmachine.
Bernard de ijsbeer wordt uitgedaagd voor een spelletje basketbal. Het valt niet mee om de bal in het netje te krijgen.
Bernard de ijsbeer gaat bowlen. De pinguin is er ook. Die rolt de bal niet hard, maar ook goed.
Bernard de ijsbeer gaat weer parachute springen, maar hij had misschien beter een andere landingsplaats kunnen uitzoeken.
Bernard de ijsbeer komt in contact met een buitenaards wezen dat bij zijn caravan landt.
Bernard de ijsbeer en de pinguin zijn bji het zwembad. Pinguin kan goed duiken van de duiplank en Bernard wil dat ook proberen.
Bernard de ijsbeer gaat een partijtje Golf spelen. Hij heeft natuurlijk wel wat pech op de golfbaan.
Bernard de ijsbeer gaat vliegen met een hang glider. Het is nog een hele kunst om te blijven vliegen.
Bernard de ijsbeer rijdt lekker in zijn auto als hij zonder benzine komt te zitten. Hij probeert te liften.
Bernard de ijsbeer gaat een ijswand beklimmen. Zijn klauwen lijken goede klimijzers.
Bernard de ijsbeer ziet een hardloop machine, een loopband. Hij kan er niet mee overweg.
De ijsbeer Bernard is beveiliginger in een museum van oudheden en betrapt een dief op heterdaad.
Bernard de ijsbeer gaat parachutespringen. Hij heeft alleen de verkeerde rugzak meegenomen.
Bernard de ijsbeer rijdt zijn scooter tegen een winkelwagentje aan. Een nieuw vervoermiddel is geboren.
Bernard de ijsbeer spoelt aan op een onbewoond eiland. Hij probeert een kokosnoot uit een boom te krijgen.
Bernard de ijsbeer is in de sportschool. Hij gaat fitsessen en gewichtheffen.
Het is slecht weer op de pool waar Bernard de ijsbeer woont. Het onweert en de bliksem slaat overal in.
Bernard de ijsbeer gaat naar de supermarkt. Het is niet druk, maar hij is niet alleen.
Bernard de ijsbeer en een pinguin maken ruzie over wie mag schommelen. Als Bernard aan de beurt is valt het hem niet mee.
Na een partijtje tennis heeft Bernard de ijsbeer dorst maar zijn drinken is op. Hij gaat een blikje halen uit een automaat.
Bernard de ijsbeer kijkt TV door de ruit van een winkel. De eigenaar van de winkel, de pinguin, wil het niet hebben.